Arbeidsmarkt en Onderwijs

12 maart 2024

Steeds hoger minimumloon voor veel ondernemers niet te dragen

Zet een streep door de voorgenomen extra verhoging van het wettelijk minimumloon per 1 juli 2024. Die oproep doen VNO-NCW en MKB-Nederland in een brief aan de Tweede Kamer, die hier 14 maart 2024 over debatteert. Volgens de ondernemersorganisaties is het minimumloon de afgelopen anderhalf jaar al zo sterk gestegen – met percentages tot meer dan 30 procent – dat het voor veel, met name kleinere bedrijven nu al bijna niet te dragen is. Bovendien stijgen de werkgeverslasten veel harder dan wat werknemers netto van die WML-verhogingen overhouden. 
 
De koopkracht van de mensen op het niveau van het wettelijk minimumloon (WML) heeft de afgelopen jaren veel aandacht gekregen in de politiek en aan de cao-tafels. En gezien de hoge inflatie was dat terecht, aldus VNO-NCW en MKB-Nederland. Er is sindsdien ook al veel gebeurd: het WML is in ruim een jaar tijd met 18 tot 31 procent gestegen. Het is de optelsom van reguliere, halfjaarlijkse indexaties, de bijzondere verhoging van het WML met 8,05 procent per 1 januari 2023 en de invoering van het wettelijk minimumuurloon sinds 1 januari van dit jaar, die afhankelijk van de werkweek tot een stijging van meer dan 10 procent leidt.

"De totale werkgeverslasten voor het minimumloon stijgen in ruim een jaar met 6.132 euro, waarvan de werknemer slechts 3.680 euro overhoudt.”

Onverantwoorde loonkostenstijgingen

De ondernemersorganisaties wijzen erop dat het steeds extra verhogen van het WML voor veel ondernemers tot onverantwoorde loonkostenstijgingen leidt, en zeker in bepaalde arbeidsintensieve sectoren waar de winstgevendheid al onder druk staat. ‘Dit soort interventies vanuit de politiek heeft ook steeds meer impact aan de cao-tafels, waar de onderhandelingsvrijheid in sommige sectoren vrijwel wegvalt. Het geeft bovendien een opwaartse druk op het gehele loongebouw.’
Een ander gevolg is het verlies van circa 40.000 banen, zo laat een evaluatie van het ministerie van SZW van de WML-verhogingen van dit en vorig jaar zien. Het gaat dan om mensen die vaak het lastigst werk vinden en die waarschijnlijk juist zijn gebaat bij de zekerheid van een baan. Volgens De Nederlandse Bank leveren de gestegen loonkosten de afgelopen tijd ook de belangrijkste bijdrage aan de binnenlandse inflatie.

Werkgeverslasten veel harder gestegen dan netto loon

VNO-NCW en MKB-Nederland concluderen dat de WML-verhogingen van de afgelopen tijd voor ondernemers te snel en te hard zijn gegaan. Wat daarbij vooral ook steekt is dat hun loonkosten daarmee veel harder zijn omhoog zijn gegaan dan wat hun werknemers netto in de portemonnee overhouden. De totale werkgeverslasten voor het minimumloon (inclusief de voorgenomen extra verhoging met 1,2 procent) stijgen in ruim een jaar met 6.132 euro, waarvan de werknemer slechts 3.680 euro overhoudt.

Volgens de ondernemersorganisaties is het verlagen van de belasting- en premiedruk een veel effectiever en houdbaar instrument om de koopkracht van deze groep werknemers te verbeteren. Dan houden ze netto meer over, hoeven de lasten voor ondernemers niet nóg verder omhoog en wordt (meer) werken ook nog eens aantrekkelijker.

 

Dit is een landelijk persbericht van VNO-NCW en MKB Nederland
 

Gerelateerde artikelen

  • De grootste werkgevers- en ondernemersvereniging van het Noorden
  • Voor een optimaal ondernemingsklimaat en brede welvaart
  • Al meer dan 50 jaar sterk voor de regio